Categorie archief: Nieuws over JGZ

Gestapo-directeur Jeugdzorg Amsterdam

Advertenties

Aantal kinderen met jeugdhulp stijgt

Aantal kinderen met jeugdhulp stijgt

Het aantal kinderen dat jeugdhulp ontvangt neemt toe. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vorig jaar kreeg 11 procent van de Nederlandse jongeren onder de 18 jeugdhulp, in 2015 was dat nog 10 procent.

In totaal kregen 367 duizend kinderen van 0 tot 17 jaar jeugdhulp in 2016meldt het CBS in een rapport over de jeugdzorg in 2016. Dat waren er in 2015 nog 356 duizend, waarbij jongens vaker jeugdhulp kregen dan meisjes. Dat is vorig jaar niet veranderd: in totaal kregen 219 jongens de zorg, tegenover 159 duizend meisjes. De meeste jeugdhulp ging naar kinderen in de basisschoolleeftijd, blijkt uit de cijfers. De helft van alle zorg hing naar kinderen tussen de 4 en 11 jaar oud, dat is 13 procent van alle kinderen in die leeftijd. Van de 12- tot 17-jarigen ontving 12 procent hulp.

Meeste jeugdhulp in Groningen en Limburg 
In absolute aantallen kwamen de meeste jongeren die jeugdhulp nodig hebben vooral uit Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Maar percentueel gezien, in verhouding tot de grootte van de gemeente, kregen vooral veel kinderen in Hoogezand-Sappermeer, Zoetermeer, Hillegom en Roermond hulp. In die gemeenten kreeg meer dan 15 procent van de jongeren jeugdhulp. Wat provincies betreft spannen Limburg en Groningen de kroon, blijkt uit de gegevens van het CBS. Zij hebben het hoogste percentage kinderen dat jeugdhulp ontvangt. Kinderen in Schiermonnikoog, Staphorst, Edam-Volendam, Urk en Rozendaal kregen het minst vaak hulp.

Jeugdhulp in wijkteams 
Vooral het aantal jongeren dat jeugdhulp krijgt via het wijk- of buurtteam is in 2016 toegenomen, blijkt uit het rapport. Het aantal jongeren dat jeugdhulp zonder verblijf ontving is nog altijd het grootst, maar is vrijwel gelijk gebleven aan 2015. Het aantal jongeren dat hulp met verblijf krijgt bleef ook ongeveer gelijk.

Bron

Klachten over jeugdhulp met 42 procent toegenomen

Klachten over jeugdhulp met 42 procent toegenomen

Het aantal vragen, klachten en problemen dat bij het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ) binnenkomt, is gestegen. In 2016 zochten 10.862 cliënten contact met een vertrouwenspersoon van het bureau, een stijging van 42 procent ten opzichte van een jaar eerder.

De ruim 10.000 cliënten waren samen goed voor 21.552 vragen, problemen en klachten. In 2015 waren dat er nog ruim 15.000, een verschil van 6000 dus. Ook legden de vertrouwenspersonen meer groepsbezoeken af in open en gesloten jeugdhulpinstellingen, blijkt uit de jaarrapportage van het AKJ. In totaal gingen ze vorig jaar ruim 11.000 keer op bezoek, tegenover ruim 6000 keer in 2015.

Top-3 van klachten 
Van alle meldingen ging het in iets minder dan 15.000 gevallen om een klacht. Die klachten kwamen zowel van de kinderen en jongeren die hulp nodig hadden, als van hun (pleeg)ouders. De meeste klachten gingen over bejegening; veel cliënten hadden het gevoel niet serieus te worden genomen of vonden hun hulpverlener niet neutraal. Daarna gingen de meeste klachten over beslissingen die werden genomen door de hulpverleners en de vraag of die wel goed onderbouwd of gemotiveerd waren en of de cliënt er wel genoeg bij betrokken werd. Ook kwamen er veel klachten binnen over de informatie die cliënten wel of niet kregen. Veel cliënten vonden dat ze niet genoeg informatie kregen over de werkwijze van een instantie of de hulpverlener.

Klachten uit instellingen 
Het AKJ merkt in de jaarrapportage op dat veel vragen van cliënten gingen over de toegang tot de jeugdhulp. Het komt volgens het bureau vaak voor dat cliënten niet weten bij wie ze met hun hulpvragen en klachten terechtkunnen. Ook kwamen er veel meldingen binnen van cliënten over inzage in dossiers over de (her)indicatie en lieten ouders weten tegen veel bureaucratie aan te lopen. In sommige gecertificeerde jeugdhulpinstellingen (de jeugdbescherming en jeugdreclassering) waren volgens cliënten en hun ouders niet genoeg jeugdbeschermers beschikbaar om alle beschermingsmaatregelen uit te voeren. In de open en gesloten instellingen klaagden jongeren vooral over de huisregels en de inzet van controlerende en beperkende maatregelen. Volgens het AKJ zijn in sommige open groepen ook vrijheidsbeperkende en controlerende maatregelen ingesteld, terwijl dat eigenlijk niet is toegestaan. Daarnaast hadden veel jongeren klachten over fysiek ingrijpen door een hulpverlener, ze vonden dat dit te hard of niet volgens de regels gebeurde.

Bron

Zorgen CDA over geld cliënten in jeugdzorg

Zorgen CDA over geld cliënten in jeugdzorg

Frits Verhagen

HOOFDDORP Krijgen jongeren die in Haarlemmermeer onder een jeugdinstelling of voogdij vallen wel zak- en kleedgeld? Dat vraagt CDA-fractievoorzitter Mariëtte Sedee zich af. Zij heeft het college van burgemeester en wethouders er deze week schriftelijke vragen over gesteld.

Aanleiding voor de vragen is het rapport ‘Mag ik mijn zakgeld?’ dat de Kinderombudsman eerder deze maand uitbracht. Dat rapport geeft nogal een slecht beeld van de situatie in de jeugdzorg. In de analyse van de Kinderombudsman komen uitgebreid de problemen aan de orde die kinderen en jongeren ondervinden met hun zak- en kleedgeld als ze in een instelling verblijven of onder voogdij vallen.

 

De gemeente is sinds de overdracht van het sociaal domein enkele jaren geleden verantwoordelijk voor het zak- en kleedgeld van jongeren die in instellingen verblijven. De hulpverlening is uitbesteed aan professionals. De gemeente sluit voor die zorg jaarlijks contracten af.

Hoewel dat volgens de wet wel verplicht is, blijken er op veel plekken in Nederland geen afspraken te bestaan over de tarieven van zakgeld voor jongeren in de jeugdzorg, zo valt in het rapport te lezen. Zo krijgen jongeren in sommige gevallen helemaal geen geld. Om toch zakgeld binnen te halen, doen begeleiders dan vaak een beroep op fondsen. Volgens Mariëtte Sedee kunnen die begeleiders de tijd die daarvoor nodig is niet aan de begeleiding van jongeren besteden. Dat zou echter wel moeten.

 

Fractieleidster Mariëtte Sedee vraagt zich af of er in Haarlemmermeer wel afspraken over zakgeld zijn gemaakt met de professionals die de jongeren zorg verlenen. Zij wil ook weten of er veel jongeren zijn die geen zak- en kleedgeld krijgen. Sedee dringt tot slot aan op heldere afspraken vanaf 1 januari 2018 zodat alle jongeren in de jeugdzorg alsnog het geld ontvangen waar ze recht op hebben.

Bron

Jeugdzorg in de knel bij vechtscheiding

Jeugdzorg in de knel bij vechtscheiding

klachten over ‘partijdigheid’

Ouders strijden niet alleen tegen elkaar, maar ook tegen de jeugdbeschermer.

Jeugdbeschermers worden in hun werk gehinderd door de vele klachten die zij ontvangen van ouders in een vechtscheiding. Sommige ouders zijn zo strijdvaardig dat zij hun pijlen niet alleen op elkaar richten, maar ook op de jeugdbeschermer die op last van de rechter opkomt voor hun kinderen. De klachtprocedure wordt dan een instrument van de strijd, en dat leidt af van de hulp aan het kind, zeggen medewerkers van de jeugdbescherming in regio-Den Haag en Amsterdam. Jeugdbescherming west (regio-Den Haag) overweegt daarom haar klachtenprocedure aan te passen.

Als de strijd tussen scheidende ouders zo hoog oploopt dat die de ontwikkeling van het kind bedreigt, kan de rechter het kind onder toezicht van jeugdbescherming plaatsen. Een jeugdbeschermer (voorheen gezinsvoogd genoemd) probeert de ontwikkeling van het kind in goede banen te leiden en maakt met ouders afspraken, bijvoorbeeld over het halen en brengen van het kind.

De ouders, klem in een patroon van wantrouwen, verdenken de jeugdbeschermer geregeld van het kiezen van partij voor de ex. Klachten bij jeugdbescherming gaan dan ook voor een „zeer aanzienlijk deel” over partijdigheid, zegt André Schellart, voorzitter van de klachtencommissie van Jeugdbescherming Regio Amsterdam. „Een moeder hoeft maar te ontdekken dat de jeugdbeschermer vijf minuten met vader heeft staan praten, of de wens ontstaat een klacht in te dienen.”

Neem de cijfers uit regio-Den Haag: Jeugdbescherming west begeleidt gezinnen bij een waaier aan problemen, van misbruik via geweld tot verwaarlozing, maar van alle klachten die in 2016 uitmondden in een zitting voor de klachtencommissie, vond liefst 62 procent zijn oorsprong in een vechtscheiding. Van die klachten werd nog geen 12 procent gegrond verklaard. Ook in Amsterdam worden de meeste partijdigheidsklachten ongegrond verklaard, zegt Schellart.

‘Klachtvrij half jaar’

„Er zijn ouders die zeggen: ‘ik blijf net zolang klachten indienen tot ik krijg wat ik wil’”, zegt Mariëlle Vavier, bestuurssecretaris bij Jeugdbescherming west. Klachten worden ook ingediend om het werk van de jeugdbeschermer te vertragen: het afhandelen van een klacht kan maanden duren, tijd die ouders soms aangrijpen om de naleving van afspraken over de kinderen op te schorten.

Jeugdbescherming west betwijfelt of ze met de huidige klachtenprocedure de missie van de organisatie wel dient: het beschermen van kinderen. „Het recht een klacht in te dienen is ontzettend belangrijk”, zegt Vavier. Maar in het geval van klachten bij vechtscheidingen gaat het „steeds over de ouders, en nooit over het kind”.

De organisatie overweegt onder meer een „klachtvrij half jaar”: een afspraak met ouders om de eerste zes maanden na de ondertoezichtstelling geen klacht in te dienen, om de situatie voor het kind zonder oponthoud te verbeteren. Ook wordt overwogen om na een klacht standaard een gesprek aan te gaan met het kind, zodat zijn perspectief ook in de klachtenprocedure meetelt.

Bron

Twijfel over verandering jeugdzorg

Twijfel over verandering jeugdzorg

Leidt schaalverkleining in de Jeugdhulp tot een betere zorg? Ron Scholte denkt dat het kan, maar de bijzonder hoogleraar effectiviteit en professionalisering in de jeugdzorg heeft ook vragen bij het plan van Rijnmondgemeenten om met minder organisaties te werken. De kinderombudsman vreest dat specialistische jeugdhulp onder druk kan komen staan.

© RV

De tragische casus vond twee jaar geleden plaats: baby Efe uit Charlois werd door haar stiefvader met het hoofd tegen de muur geslagen, met de dood tot gevolg. Twaalf instanties hielden bezig zich met het gezin. Het is niet het enige incident met falende zorg. ,,Zoiets mag gewoon niet gebeuren in een ontwikkeld land als Nederland”, zegt Scholte.

De hulpverlening voor kinderen in nood moet anders, stelde kinderombudsman Anne Mieke Zwaneveld al eerder dit jaar. De Rotterdamse zorg- en jeugdwethouder Hugo de Jonge oppert nu het plan om met minder partijen in zee te gaan. Voor de zorgcontracten wordt alleen nog gewerkt met 13 van de in totaal 80 organisaties in de regio.

Scholte begrijpt dat Rotterdam naar een oplossing zoekt. Met de verschuiving van de jeugdzorg naar gemeenten in 2015 wilde het kabinet ervoor zorgen dat het jeugdstelsel eenvoudiger wordt. ,,Eén gezin, één plan, één regisseur. Dat was de achterliggende gedachte, die helaas nog te weinig van de grond komt. Maar ik kan niet inschatten of dat verbetert als er minder instellingen betrokken zijn.”

Schuldsanering

Gezinnen die bekend zijn bij instanties kampen vaak met een veelheid aan problemen, van psychische problemen van ouders en schuldsanering tot kinderen die niet meer naar school gaan. ,,Op zo’n gezin kun je niet één iemand zetten. Soms is het ook logisch dat twaalf hulpverleners al die verschillende problemen aanpakken. Maar er moet wel een casemanager zijn die overzicht houdt.”

Hoewel de kwaliteit van grote instellingen volgens Scholte doorgaans hoog is, wil dat volgens hem niet zeggen dat kleine partijen zomaar overboord gezet kunnen worden.

,,Door de transitie in de Jeugdzorg zijn veel instellingen gaan fuseren en reorganiseren. Daardoor zijn veel mensen voor zichzelf begonnen. Vaak zijn dat mensen die al 20, 30 jaar in het vak zitten en veel specialistische kennis hebben.”

Ook de Rotterdamse kinderombudsman vreest dat de nieuwe manier van werken ten koste kan gaan van specialismen in de jeugdzorg. ,,Blijft de breedte en de diepte in de zorg wel beschikbaar? Jeugdhulp die nodig is, is heel divers.”

Bijzonder hoogleraar effectiviteit en professionalisering in de jeugdzorg Ron Scholte.

Bron

‘Gemeente moet opgelegde jeugdzorg alsnog inkopen’

‘Gemeente moet opgelegde jeugdzorg alsnog inkopen’

Als een rechter een jongere jeugdzorg oplegt die de gemeente niet heeft ingekocht, moet die gemeente de zorg alsnog inkopen. Dat schrijft staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Ministerie van Veiligheid en Justitie) in een brief aan de Tweede Kamer.

De staatssecretaris reageert daarmee op Kamervragen van het CDA, naar aanleiding van het nieuws dat veel jongeren die door een rechter jeugdzorg krijgen opgelegd alsnog lang moeten wachten op die zorg. Dat zou komen doordat rechters geen zicht hebben op welke zorg er in welke gemeente is ingekocht en welke gecontracteerde organisaties een wachtlijst hebben. Daardoor kan het voorkomen dat jongeren zorg krijgen opgelegd in een gemeente die een langere wachtlijst heeft.

Opgelegde jeugdzorg niet vrijblijvend 
De staatssecretaris laat weten dat een veroordeling van een rechter hoe dan ook betekent dat de jongere therapie krijgt. ‘Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van jeugdhulp. Dat geldt ook voor de beschikbaarheid van jeugdhulp die voortvloeit uit een strafrechtelijke beslissing. Jeugdhulp opgenomen in een vonnis door een jeugdrechter heeft voor de jeugdige een niet vrijblijvend karakter’, schrijft hij. Dijkhoff vindt dat wachttijden zo kort mogelijk moeten zijn, maar merkt dat dit in de praktijk niet eenvoudig te realiseren is.

Jeugdzorg alsnog inkopen
Als een jongere van een rechter jeugdzorg krijgt opgelegd die in zijn gemeente niet beschikbaar is, moet de gemeente die alsnog inkopen, stelt Dijkhoff in zijn brief. Maar als gemeenten en justitie beter gaan samenwerken, kunnen ze voorkomen dat er überhaupt jeugdzorg wordt opgelegd die niet is ingekocht, schrijft hij. ‘Voor een tijdige en passende inzet van jeugdhulp in strafrechtelijk kader is een goede samenwerking tussen gemeenten de justitie-partners randvoorwaardelijk.’

Bron